Mocht je gasten hebben die oorspronkelijk uit het buitenland komen en je wil ze iets typisch Nederlands voorschotelen, maar wel zo, dat ze het ook lekker vinden, dan is dit boerenkool recept misschien een leuk idee:
Biologische boerenkool op het land
Braunkohl voor onze Duitse gasten:
Een paar takken boerenkool in kleine stukjes 1 bakje vegastukjes (filet) van Quorn Currypasta mild of zelf curry maken Twee eetlepels crème fraîche Kopje gewelde rozijnen Zilvervliesrijst
Kook de rijst volgens de aanwijzingen op het pak. Bak de stukje krokant en voeg dan de gewassen en nog wat natte boerenkool toe in de roerbakpan en wok het 5 minuten. Doe dan de rozijnen erdoor en de currypasta met de crème fraîche, nog 5 minuten stoven en van het vuur halen. Lekker in combinatie met een wortel/appelsalade of andijvie/mandarijnsalade.
2011 wordt het jaar van het groen, van biologisch, van duurzaam, van natuurlijk, van energieneutraal, van eco. Althans dat hoorde ik vorige week iemand zeggen en die iemand had het weer gehoord van een voorspelgoeroe op de radio. Ergens hangt het in de lucht, dat groene, dat hoor en zie ik wel. Maar dat gevoel kan ook komen omdat ik me sinds een paar maanden helemaal onderdompel in die groene wereld waardoor ik andere kleuren maar moeilijk zie.
Zelfs Loesje heeft het over groen in 2011
En toch, hou ik me vast aan dat gevoel. Van dit rechtse kabinet met zijn asfaltvermeerderingsplannen, het doorsnijden van de natuurlijke lijnen tussen natuurgebieden, de CO2opslag in Groningen en kerncentrale ideeën moeten we het beslist niet hebben. Het komt dit keer niet van bovenaf, maar van onderaf: een groene revolutie. Het bewustzijn over dat we beter met de wereld moeten omgaan, leeft al een tijd en de groep die dat beseft wordt steeds groter. Ook dankzij grote bedrijven als Albert Heyn met een puur en eerlijk lijn, die niet altijd even puur en eerlijk is, maar wel het bewust worden helpt. En Unilever met zijn ideeeën over duurzaam produceren en daarvoor een plan en een tijdspad openbaar maakt.
De groep mensen die niet alleen wéten dat het niet mogelijk is om de aarde nog verder uit te putten en dat we terug moeten, omdat we anders niet meer terug kunnen, maar daar ook naar hándelt, wordt steeds groter. Het aantal duurzame initiatieven groeit en groeit. Natuurlijk omdat daar inmiddels economische motieven achter zitten, maar ik geloof ook idealistische motieven: een mentaliteit, een gedrevenheid en het streven naar een groenere wereld.
Sinds ik maandag officieel dakboerin ben en ik veel dingen aan het uitzoeken ben, kom ik echt prachtige dingen tegen op het gebied van stadlandbouw. Zo las ik gisteren op de site Eetbaar Rotterdam over een ecowijk in Amersfoort: EcoErf.
Over EcoErf
EcoErf combineert een investering in landschap, een mooi energieneutraal woongebouw en duurzaam leven. Het is een vorm van beheer van land dat bijdraagt aan biodiversiteit, kleinschalige landbouwproductie, een mooi en toegankelijk landschap en kleinschalig wonen & werken in het buitengebied. De plek zal netto energie leveren zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen. Bewoners gebruiken hooguit een ecologisch verantwoorde mondiale voetafdruk van 1,8 ha (de gemiddelde Nederlander gebruikt nu 4 tot 5 ha/persoon).
Een aantal gezinnen van diverse leeftijden woont op het EcoErf en vormt zo een zelfredzame buurtschap. Grond is in bezit van, en wordt beheerd door een beheerstichting die tevens waakt over het duurzaam karakter van het EcoErf. EcoErf biedt een nieuwe impuls voor ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De onderdelen op zichzelf zijn niet nieuw; EcoErf maakt gebruik van bestaande technologie en beproefde werkwijzen. De specifieke combinatie maakt het concept EcoErf echter uiterst innovatief en uitdagend. Initiatiefnemers zijn op zoek naar locaties, bewoners(groepen) en sociale investeerders om dit concept te realiseren.
Is het niet fantastisch? Een andere Warmonderhofstudent, Rick Sloot, werkt mee aan dit project voor zijn afstuderen. Zaterdagmiddag 11 december is er een informatiebijeenkomst (de derde op een rij). Kijk even op hun site.
EcoErf heeft een aantal inspirerende plaatjes laten teken door Alex Kok. Het woongebouw is ontworpen door Tjerk Reijenga en het landschap door Hans Claessens.
De Dakboerin gaat los! Vanaf vandaag wordt er vaart achter gezet om de plannen van de Dakboerin vorm te geven. Inhoudelijk, bedrijfstechnisch, aangezicht, alles wordt bekeken. www.dakboerin.nl is vandaag geclaimed en daarmee in ieder geval de digitale opening van een nieuw bedrijf. In maart moet de eerste aanleg van een groentedaktuin beginnen. De moed om te beginnen heb ik gevat door een aantal goede gesprekken, waaronder die bij de Leuker Haarlem ideeënmarkt en met de Dakdokters in Amsterdam.
alle goeds komt van boven....
De Dakboerin onderzoekt de mogelijkheden om op daken van bedrijven in de grote steden biologische groenten en vruchten te verbouwen die beneden in de kantine worden gegeten.
De Dakboerin is een startend initiatief. Ze speelt in op de gedachte dat straks de vraag naar biologische producten groter wordt dan het aanbod en de transportkosten van producten van agrarische bedrijven naar grote steden steeds hoger. Daarom zoekt de Dakboerin het dichter bij huis èn hogerop. Door samen te werken met bijvoorbeeld bedrijfskantines, restaurants en scholen die een plat dak hebben, legt gezond eten de kortste weg af die te bedenken is.
Het zijn biologische groenten en vruchten die met behulp van natuurlijke energiebronnen worden gekweekt. Op een dak is veel zon en regen en daar moet handig gebruik van worden gemaakt. Daarnaast zullen nieuwe technieken worden gebruikt die ook op lichtere dakconstructies kunnen worden geplaatst. En dan is het voordeel van CO2 opname in de stad, het vasthouden van water en alle andere voordelen van groendaken nog niet genoemd. Tot slot: tuinieren is ontspannend en sociaal. Een bedrijf kan de daktuin inzetten als alternatief voor het koffie-apparaat. Zo kan iedereen een dakboer of dakboerin worden.
Buiten sneeuwt en vriest het. Net als een vroege herfst, hebben we nu ook een vroege winter. Om half elf gisteravond zagen we nog boeren de kolen oogsten. Een beetje vorst kunnen ze wel hebben, maar als het de hele week gaat vriezen en ook een beetje harder, dan wordt het wel wat lastiger. Met een ploeg van 10 jongens, hebben ze op de Lepelaar ook flink doorgetrokken en ik kan me voorstellen dat zondag ook nog het één en anders is binnengehaald.
Dat betekent straks wel een grote productie in de schuur, maar goed, wellicht komt daarna de tijd dat er op de schaats wel wat geoefend kan worden voor een mooie elfstedentocht.
In de stukje land bij Eenigenburg zaten selderijknollen die er met de bietenrooimachine moeizaam uit gingen. Toch in een halve dag het hele veld leeg gerooid.
De jongens kwamen trouwens behoorlijk verkleumd terug. Ze zouden meer winterkost moeten eten. Gisteren hoorde ik van een vriend dat wintergroenten namelijk een soort antivries in zich hebben, zoals in pastinaak, winterpostelein, schorseneren, veldsla, spruitjes en natuurlijk in kool. Dat antivries sla je dan ook op in je lijf. Vandaar dat je wellicht net als ik vandaag zin hebt in boerenkool. Die antivries komt er zo in:
"Om zich te wapenen tegen de kou worden extra suikers aangemaakt, een proces dat zich ook bij onder andere spruitjes voltrekt. Het werkt als natuurlijke antivries, door de zoetere sapstromen bevriest de groente minder snel. Het zoetje verzacht tevens het bittere in de kool en de natuurlijke suikers zijn snelle energieleveranciers waarmee wij onszelf tegen de winterkou kunnen wapenen. De opvatting dat de vorst eroverheen zou moeten voordat boerenkool lekker smaakt, is vooral van vroeger. Toen waren boerenkool- en spruitjesrassen nog echt bitter, tegenwoordig zijn ze veel milder van smaak," schrijft Smaakmakend.nl. Hier kan je ook meer lezen over Hollandse bewaargroenten.
Wat een geweldig wonder weer van de natuur. Zolang wij mensen er niet teveel in knoeien, is het systeem feilloos en niet te evenaren.
De compoststal. Ik had er nog nooit van gehoord, totdat boerenfluitjes op Twitter meldde dat de Groene Griffioen, een rundveebedrijf, dat ze hun koeien in de nieuwe stal op compost laten leven:
De Koeien Loeien sinds dit weekend in een nieuwe stal. Het bevalt hun blijkbaar goed want ze zijn alleen nog voor eten in de andere stal te vinden. Ze reageerden alsof ze voor het eerst naar buiten gingen bij het voor het eerst binnenlopen in deze stal. Daar zijn wij natuurlijk heel erg trots op want dat was de bedoeling. Een stal die net zo comfortabel is als de wei. Compost klinkt misschien gek als bed voor de koeien. Je had misschien stro verwacht. Compost heeft een aantal voordelen:
1.Je hebt er minder van nodig (ivt een strobed) en kan het zelf blijven maken dus minder vervoer.
2.Kosten zijn lager
3.Het bindt ammoniak beter dus minder uitstoot bij goed management.
In principe hoeven we alleen eens in de twee weken wat koolstofrijk materiaal toe te voegen zoals stro, boomschors, houtsnippers of vlasvezel. En we maken het bed iedere dag twee keer op door het met een cultivator om te spitten. Door het composteringsproces wordt het bed warm en verdampt de nattigheid. Hopelijk blijft dit systeem goed werken en houden de koeien het droog genoeg!
Groeten van de Groene Griffioen
Een kort onderzoek leverde meer informatie op, zoals deze video die 63 weken en 1 dag geleden op ophetland.tv is gezet:
Het is dus niet supernieuw, maar goed alles wat nieuw is, blijft in de landbouw vrij lang nieuw, vandaar dat misschien nu de tijd is gekomen om er meer over te hebben. Ik weet niet of het dezelfde Peeters is, maar hij zegt op Duurzaam Melkvee het volgende over GFT-afval: Hein Peeters, melkveehouder in Breda:
Het gebruik van de gft-compost is tegen gevallen. Je hoort het knarsen onder de poten van de koeien en dat kan niet goed zijn. Er zit glas en plastic in. Bovendien is het zandgehalte veel te hoog. Het celgetal is momenteel te hoog, maar of dat nu door de compost komt is niet duidelijk. Ik ga op zoek naar een ander type compost.
Iets dat nieuw is, moet worden uitgeprobeerd en wat ik zo goed vind, is dat Hein Peeters niet meteen zegt: het werkt niet, nee, hij zegt, het moet anders. Dat zijn de echte vernieuwers!
Ja, we maken ons zorgen over de planeet. De aandacht van een groter publiek begon bij Al Gore, maar sindsdien zijn we al weer verder, o.a. met de duurzame 100, met de 100 meest invloedrijke mensen op het gebied van duurzaam beleid, van de Trouw met Herman Wijffels op #1 en natuurlijk de No Impact Week in Nederland een week of twee geleden. Als je eenmaal in de materie bent gedoken en je via studie, twitter, sites, lezingen en bijeenkomsten met gelijkgestemden, dan gaat een aloude wetenschap op: hoe meer kennis tot je neemt, hoe minder je weet.
Gaandeweg kom ik in gesprekken erachter hoe ingewikkeld de materie rond duurzaamheid is. Een voorbeeld, meegenomen uit mijn studie, is de biologische landbouw en/of biologisch dynamische (BD) landbouw. Er zijn 2 keurmerken: EKO en Demeter, waarbij je kan onthouden dat Demeter aan nog iets meer regels gebonden is. Als je dus als klant een Demeter product koopt of EKO, dan heb je het gevoel dat je een echt goed product koopt. Maar wat er bijvoorbeeld niet in de regels bij Demeter of EKO zit, is dat het duurzaam geproduceerd moet zijn. Het kan dus zijn dat jouw biologisch (dynamische) groenten uit een verwarmde kas komen die een bak stroom hebben gekost. Lekker duurzaam! NOT! Het zijn uitzonderingen, dat is waar, want veel BD tuinderijen hebben een koude kas, maar, omdat die informatie niet op de verpakking staat, weet je niet zeker of het goed zit.
Eenzelfde discussie voerden we tijdens een middag over voedsel georganiseerd door CSR Chicks, een netwerk van vrouwen die met duurzaamheid bezig zijn. Een conclustie was dat informatie belangrijk is om tot een keuze te kunnen komen over een product; de gehele informatie dus. Communicatie is belangrijk om mensen ervan te overtuigen dat die informatie belangrijk is. Dat geldt op productniveau, maar natuurlijk ook niveau van luchtkwaliteit, waterkwaliteit, milieu, energie etc. Er zijn zoveel verschillende waarheden. Wat voor mij logisch klinkt: een kringloop van energie, water, voedselproductie, is voor een ander helemaal niet zo logisch. En toch, zo blijkt uit onderzoek en artikelen, zijn we er met zijn allen van overtuigd dat we het 'point of no return' naderen, alleen om het te stoppen, daar is nog een hoop informatie en communicatie voor nodig, op grote schaal als bij Al Gore en op kleine schaal bij de Dakboerin. Bij deze!
Melk was voor mij melk, hoewel ik al jaren ook sojamelk drink. Maar melk is niet melk. Er is melk en melk. In Duitsland is namelijk onderzoek gedaan naar melk van gangbare koeien en die van BD (Biologisch Dynamische) koeien. Ze kijken dan naar het vetgehalte, eiwitgehalte enzovoort, maar ze kijken ook naar wat het met mensen doet.
Uit die onderzoeken blijkt dat kinderen die BD melk dronken geen last hadden van allergieën, minder stress hadden, veel minder vaak ADHD en aanverwante ziekten vertoonden. Gangbare melk wordt ook wel stressmelk genoemd. Krachtvoer, snelle groei van koeien, enorme hoeveelheden melk per keer, antibiotica en andere middelen hebben invloed op de melk. De koeien die grasklaver eten, ruwvoer, een meer natuurlijke hoeveelheid melk geven, geven daarmee ook een natuurlijk product af.
In Engeland houdt melk mensen ook bezig, maar dan vooral door een You Tube hit:
,
By Louise Gray, Environment Correspondent8:20PM GMT 15 Nov 2010
The advert for Yeo Valley milk and dairy products features young actors and models “rapping” around tractors and barn yards. The video is already a You Tube hit, with more than one million hits, and is also appearing in the ad break during X Factor. The lyrics may be about wildlife conservation and cows named daisy, but it is produced by a top Los Angeles record label and features Alexandra Evans, who was the winner of ‘Britain’s Next Top Model’. Critics even think it could clinch the number one spot in the music charts this Christmas in the same way the Rage Against the Machine managed to go viral last year.
Yeo Valley, an organic dairy based in the West Country, also hope it reflects growing demand for consumers for ethically produced milk. “It's not your usual chart topper but the positive response from the public suggests people want to hear it in the top 40,” said a spokesman. Nocton Dairies, who had planned to build a ‘super dairy’ in Lincolnshire, have been forced to tone down their plans in the face of public protest. It is now thought the dairy will house far less than the original 8,000 cows planned.
The Women’s Institute and the National Farmers’ Union are also campaigning on the issue with calls for a fair price for farmers to reflect higher standards of welfare.
Vorige zondag begon de No Impact Week. Het ging om een week lang uitproberen om een zo klein mogelijke ecologische afdruk op de aarde achter te laten. Elke dag begon met een nieuw thema: vervoer, afval, consumeren, etc. en het stapelde zich op. In een te downloaden pdf van dit schema stonden ook allerlei tips verwerkt of eigenlijk oplossingen, zoals bijvoorbeeld ecologische kleding op internet kopen, een kip adopteren, een compostbak of wormenbak aanschaffen voor het groente- en tuinafval.
En dit is de No Impact Man, met wie het allemaal begon. De New Yorkse schrijver zat verlegen om een onderwerp en maakte zich tegelijkertijd druk over wat hij eigenlijk niet deed voor het milieu, maar wel zou moeten doen. Hij heeft, samen met zijn vrouw en dochter, een jaar lang zo min mogelijk afval geproduceerd en schreef daar een boek over. Ergens onderweg, werd zijn plan opgepikt en werd er ook een film van gemaakt. Het werd het No Impact Project dat nu voor het eerst in Nederland in een No Impact Week resulteerde. Het zou natuurlijk een No Impact Life moeten worden.
Zelf heb ik deze week zo goed en zo kwaad als dat kon meegedaan. Het lukte niet helemaal. Zo zou ik deze week alleen mogen lopen, fietsen of met het openbaar vervoer moeten gaan. Dat probeer ik zoveel mogelijk, daarom hebben we voor de boodschappen een fietskar aangeschaft enzo, maar toen ik uitzocht of ik met het ov naar 't Rijpje zou kunnen gaan, zou ik om 4.15 uur de trein moeten hebben zodat ik om 7.30 uur op mijn werk zou verschijnen. Een trein later is korter, maar dan zou ik te laat komen.
Een zo klein mogelijke afdruk maken met realiteitszin, dat is mijn conclusie. Had de No Impact Week dan wel zin? Ja, want het maakte me nog bewuster van wat ik kon doen. Zo maakte ik gisteren de kattenbak schoon met regenwater, maakte ik van oud brood paneermeel, voedde ik mijn compostbak met extra bladeren die door de storm onze tuin waren ingewaaid. En dat alles met groot plezier, omdat de wetenschap dat veel andere mensen deze en andere weken dit soort dingen ook steeds meer doen.
Laatst heb ik de documentaire Taste the Waste gezien op internet en dat inspireerde me voor een recept dat het idee van taste the waste en no impact redelijk weer zou geven.
Op de Warmonderhof waar ik meer kennis over tuinbouw op doe, ligt een veld met gerooide wortelen en pastinaak. Het meeste is allang in de koeling of verpakt in de groentepakketten van Odin, ligt in de winkel van de Warmonderhof zelf of is naar Duitsland gegaan voor babyvoeding, maar een deeltje ligt ook nog op het veld: waste.
Het was onderspitten of meenemen. Zelf nam ik een zak vol pastinaak en wortelen mee en dat viel niet op, zoveel lag er nog. In de kast vond ik nog rozijnen, in fruitschaal walnoten, een halve pot chutney in de koelkast en van mijn stagebedrijf had ik nog wat winterpostelein over. Bovendien stond er nog een pak risottorijst open dat ook wel eens leeg mocht. Oké, geen waste, maar wel allemaal producten die binnenkort verwerkt moesten worden om te voorkomen dat het waste zou worden.
Aldus voor 2 personen:
150-200 gram risotto
handvol rozijnen
300 gram pastinaak in plakjes
6 walnoten (of meer naar smaak)
chutney in elke gewenste smaak
klein bosje winterpostelein
Kook de risotto volgens pak, wel de rozijnen en bak de pastinaak zoals je aardappels zou bakken. Voeg op het laatste moment de rozijnen, walnoten en rijst toe. Schep dit op een bord, leg er wat winterpostelein op een een kloddertje chutney (niet teveel, anders wordt het overheersend) en serveer er zelfgemaakt (zelfgeraapt) wortelsap, appelsap en/of perensap bij van vruchten die toch op moeten. Smakelijk!
...was een vlucht ganzen over het bietenveld bij de Lepelaar. Het ging zo. Met een groepje van 5 mensen waren we handmatig bieten aan het oogsten. Het was een klein veld waar de bieten eigenlijk te lang hadden gestaan. Vele knollen waren aangetast door hazen, slakken, wormen en misschien de helft was nog goed. We hadden een waterig zonnetje en heel veel mugjes die boven de zware klei en de rottende bladeren zweefden. We zaten op die zaterdagmiddag een beetje te zuchten met zijn allen.
Uitzicht op de Lepelaar (rechtsachter) vanaf het kolenveld
In de verte zwol een geluid aan: ganzen op weg naar een nieuwe bestemming. Het kwam dichterbij en al gakkend, zoemend, zwevend vlogen ze over ons heen. Eén gans was van de groep af en werd opgehaald door een andere gans, terwijl de vlucht ganzen verder vloog. We zagen dat de ene gans de andere met veel geluid had ingehaald en samen vlogen ze de groep achterna die, zoals we dat inschatten, wat langzamer was gaan vliegen. Het was ontroerend mooi. Zelfs de jongens van 15 tot 22 jaar die de hele middag hadden gepraat over uitgaan in de Ruif en in Het Veld, 'wijven', dronken zijn en voetbal, waren er stil van. Het was het mooiste van de dag.
Winterpostelein hoort echt op een biologische tuinderij. Bij de Lepelaar staan een aantal kappen (gedeeltes van de kas) vol met deze groente. Je plant ze (het plantgoed komt van kweker Jongerius uit Houten) en een paar weken later kan je de eerste oogst binnenhalen. Je snijdt de blaadjes met een scherp mes een dikke centimeter boven de wortel af. Je ziet dan alweer kleine nieuwe blaadjes komen. Het gewas groeit namelijk weer aan en na een tijdje kan je weer opnieuw oogsten.
Mijn eigen geplante winterpostelein, hier nog klein.
En hier in de eigengebouwde mini koude kas op het dak.
Dit is wat Odin er over schrijft:
"Een plant dichtbij het oorspronkelijke Winterpostelein komt oorspronkelijk uit arctisch Noord-Amerika en Groenland, maar werd ook wel gevonden in de hogere gebieden langs de Middellandse zee. De Oude Grieken, Egyptenaren en Romeinen aten hun buik er al mee vol. De middeleeuwse Arabieren noemden de postelein zelfs de gezegende groente. Nu groeit het ook in ons land in de duinen langs de kust. “Als je van exclusieve groente houdt, dan behoort de winterpostelein daar zeker toe”, zegt Jan Schrijver van de Lepelaar, tuinder van de winterpostelein deze week in uw tas. “Een voor mij niet uitwisbare herinnering aan de winterpostelein is de eerste paasmaaltijd bij mijn toenmalige vriendin. Er stond daar een prachtig opgemaakte schaal met bloeiende winterpostelein als groente op tafel.”
In ons land wordt winterpostelein voornamelijk opgekweekt in de koude kas in de wintermaanden. Tot Palmpasen kan het geoogst worden want als de lente begint dan gaat het bloeien. Winterpostelein is rijk aan vitamine C en mineralen en bovendien bevat het een zeer laag nitraatgehalte. De tere plantjes zijn een paar dagen vers te houden in een natte doek in de koelkast. Kook winterpostelein niet. Eet ze rauw in een salade of in een stamppot. Jan Schrijver: “Natuurlijk heeft de winterpostelein bij ons op het bedrijf een belangrijke plaats gekregen. Winterpostelein staat nog zeer dicht bij iets wat nog oorspronkelijk is. Ik hoop dat de huidige veredelaars (de biotechnologen) daar van af zullen blijven.”
Een lekker recept vond ik niet bij Odin, maar hier een eigen probeersel, lekker!:
Voor 2 personen
Bosje winterpostelein
Biologische volkoren spaghetti
Vegaspekjes van AH, half bakje
Pijnboompitjes, een handje vol
1 eetlepel honing
1 eetlepel crème fraîche
1 eetlepel mosterd
Kook de spaghetti en bak ondertussen de spekjes lekker knapperig en de pijnboompitjes bruin. Meng de honing, mosterd en crème fraîche door elkaar, waardoor het een smeuïg papje wordt. Voor een iets zoeter resultaat, voeg dan meer honing toe en andersom. Giet de gare spaghetti af, meng de spekjes en pijnboompitjes erdoor, dan de winterpostelein en op het bord voeg je als laatste het sausje toe.
In de blogpost van 28 oktober vertelde ik al van de mest die we schepten de kas in ging om de grond te optimaliseren. Zo ging dat:
De hoopjes mest hebben we uitgespreid met een hark, zodat alles egaal over de grond verspreid was, vervolgens hebben we het twee keer gefreesd met de rode machine. Natuurlijk probeer je dat zo recht mogelijk te doen, maar het is best een sterk ding die graag het eigen spoor maakt. Voor de eerste keer is het toch aardig recht geworden.
De frees met zijn messen in de kap erachter, zorgt er voor dat de bovenste 10 - 15 cm van de grond gemengd wordt en dat de mest dus echt dieper in de grond zijn werk kan doen. Nu wordt het stuk eerst beregend en dan nog een keer gefreesd. Daarna worden er sporen/banen/bedden gemaakt waar het nieuwe plantgoed in komt. Waarschijnlijk wordt dat winterpostelein. Die winterpostelein ken ik als plantje inmiddels redelijk goed, want vorige week hebben we de eerste oogst gehad, maar qua smaak nog niet. Dat ga ik vanavond testen. Later meer!
Als je aan boeren denkt, dan denk je aan het weer. In mei, juni, juli was het droog en sinds augustus lijkt het vooral nat te zijn. De aardappelen hebben geen geluk, want die horen al een week of 5/6 geleden uit te zijn, maar er staan er nog heel wat in het Nederlandse landschap.
En ook met de wortelen gaat het vrij traag. Dat heeft alles te maken met water en grond. En in de herfst droogt de grond niet zo snel, dus moet het toch wel een paar dagen droog zijn met het liefst wat zon en wind. Het houdt niet over. Als het zo nat is, trekt de band de wortelen er niet uit, zo hard trekt de klei terug. En het blad wordt ondertussen steeds minder, waardoor de breekkans groter wordt.
Dat zijn de risico's van het boeren. Het is soms moeilijk in te schatten wanneer je het beste kan oogsten en of de loonwerker met zijn oogstmachine tijd voor jouw bedrijf heeft. Iedereen wil op dezelfde tijd beginnen natuurlijk. Nu hopen op een of twee mooie herfstweken voor de vorst komt en het spul kapotvriest. Als het goed is gaan ze vandaag op de Lepelaar beginnen met de aardappels te rooien en de wortelen en bieten te oogsten.
's Ochtends als ik naar de Lepelaar ga, sta ik om zes uur op en rond kwart over zeven rij ik de polder in bij Schoorldam. Eerst kijk ik bij Warmenhuizen naar links waar rond die tijd in de open stal met de lichten aan een fiets staat van de boer. Soms zie ik de boer zelf ook, terwijl hij naar zijn koeien kijkt of ze eten geeft. Vervolgens rij ik door naar de Lepelaar zelf. Dan zie ik de eerste werklieden al klaar staan om de kolen te oogsten. Dan kom ik aan, terwijl het bedrijf nog in alle rust is of soms is bedrijfsleider Joris al druk in de weer met kratten kolen en wortelen.
Het is elke keer weer een verrassing wat ik te doen krijg. Omdat het 's ochtends nog donker is, lukt het moeilijk om in de kas alvast te beginnen. Soms beginnen we dan met de kolen te kratten of in zakken van tien kilo te stoppen. Een andere keer veeg ik de vloer aan en gisteren begon ik toch in de donkere kas met de draden goed te hangen in een lege kap, om vervolgens onkruid te wieden. Na de pauze heb ik de eerste winterpostelein geoogst en gepraat met Joris over het bedrijf.
En 's middags heb ik met een andere stagiair, Felix, eerste jaar dagopleiding Warmonderhof, nog meer onkruid in een andere kap gewied. Het is voorbereidend werk voor nieuw zaai- of plantgoed. Het onkruid moet dus goed weg zijn, anders zaait het zichzelf uit. Ook moet de grond, na de raapstelen, weer goed geprepareerd worden. Dat gebeurt met mest. Daarna wordt het gefreesd, komen er droge koemestkorrels op en kan er iets nieuws groeien.
Wat nou zo leuk is aan het werken op een biologische tuinderij is de diversiteit van werk. Als ik na half zes tevreden weer naar huis rijd, dan zie ik diezelfde werklui weer op het land die de spullen opruimen van het kolen oogsten, om dan de volgende ochtend om kwart over zeven daar weer te beginnen. Dan had ik toch een afwisselender dag!